Hall Effect switches kalibreer je met de software van je toetsenbord, niet met meetapparatuur. In elke switch zit een kleine magneet die met de toets meebeweegt; een Hall-sensor op de printplaat meet hoe sterk het magneetveld is en dus hoe ver de toets is ingedrukt. Omdat magneten en sensoren onderling een beetje verschillen, moet de firmware per toets weten welke meetwaarde bij "los" en welke bij "helemaal ingedrukt" hoort. Dat is de kalibratie: in de software start je hem en druk je elke toets één keer langzaam helemaal in. Sommige toetsenborden, zoals die van Wooting, doen dit automatisch tijdens het typen. Daarna stel je per toets het activeringspunt, Rapid Trigger en de dode zones in. Een gaussmeter, oscilloscoop of LabVIEW heb je als gebruiker niet nodig; die horen bij de fabriek.

Terwijl je verder leest, bekijk ook even deze interessante posts, die je verder kunnen helpen met dit onderwerp. Deze posts bieden extra verdieping en kunnen je nieuwe inzichten geven.

Wat is het kalibratieproces voor Hall Effect schakelaars?

Het verschilt een beetje per merk, maar meestal gaat het zo:

  1. Installeer de software van je toetsenbord of open de webversie (zie de lijst verderop) en sluit het toetsenbord met de USB-kabel aan.
  2. Werk de firmware bij als de software dat aanbiedt. Nieuwe firmware verbetert vaak de kalibratie en Rapid Trigger.
  3. Start de kalibratie. Laat alle toetsen eerst los, zodat de software de ruststand meet.
  4. Druk elke toets één keer langzaam helemaal in en laat hem los. De software laat zien welke toetsen klaar zijn.
  5. Controleer het resultaat in het scherm dat per toets laat zien hoe ver hij is ingedrukt. Een toets die in rust al iets aangeeft, kalibreer je opnieuw.

Kalibreer opnieuw na een firmware-update, nadat je switches hebt verwisseld, of als toetsen te vroeg, te laat of vanzelf reageren.

Welke apparatuur is nodig voor het kalibreren van Hall Effect schakelaars?

Bijna niets:

  • Het toetsenbord en een USB-kabel - kalibreren gaat meestal alleen bedraad.
  • De software van de fabrikant - als programma of in de browser (Chrome of Edge, via WebHID).
  • Een switch- en keycap-trekker - alleen als je switches wilt verwisselen of schoonmaken.

Een gaussmeter, spanningsbron of oscilloscoop gebruiken fabrikanten bij het ontwikkelen en testen van switches. Thuis heb je ze niet nodig: de sensoren in het toetsenbord meten zelf.

Welke rol speelt de magnetische veldsterkte bij de kalibratie van Hall Effect schakelaars?

De veldsterkte is precies wat de sensor meet. Hoe dichter de magneet bij de sensor komt, hoe sterker het veld en hoe hoger (of lager, afhankelijk van de stand van de magneet) de spanning die de sensor afgeeft. Zonder magneetveld geeft een lineaire Hall-sensor ongeveer de helft van zijn voedingsspanning af, niet nul. De firmware rekent de gemeten waarde om naar millimeters indrukdiepte. Omdat de sterkte van magneten per switchtype verschilt (bijvoorbeeld Gateron, Wooting Lekker of de eigen switches van SteelSeries en Keychron), moet je in de software vaak ook aangeven welke switches erin zitten. Na het verwisselen van switches kalibreer je dus opnieuw.

Hoe zie je wat de sensoren meten?

Je hoeft het magneetveld niet zelf te meten. De meeste programma's hebben een testscherm dat per toets live laat zien hoe ver hij is ingedrukt. Zo gebruik je het:

  1. Open het testscherm of de weergave van de indrukdiepte in de software.
  2. Laat alle toetsen los: elke toets moet op 0 mm staan.
  3. Druk één toets langzaam in en kijk of de waarde vloeiend oploopt tot de volle slag (meestal ongeveer 3,5 tot 4 mm).
  4. Vergelijk een paar toetsen. Wijkt er één duidelijk af, kalibreer dan opnieuw of controleer of die switch goed vastzit.

Leg geen magneten, telefoonhoesjes met magneet of luidsprekers vlak bij het toetsenbord; die kunnen de metingen verstoren.

Hoe verhelp je een toets die te vroeg, te laat of vanzelf reageert?

Een toets die in rust al een beetje ingedrukt lijkt, heeft een verschoven nulpunt (offset). Bij een laag activeringspunt of Rapid Trigger kan zo'n toets vanzelf typen. Zo los je dat op:

  1. Kalibreer opnieuw met alle toetsen los, zoals hierboven beschreven.
  2. Stel een dode zone in. Veel software heeft een bovenste dode zone (de toets reageert pas na een klein stukje) en een onderste.
  3. Zet het activeringspunt iets hoger, bijvoorbeeld van 0,1 naar 0,4 mm, als je per ongeluk toetsen indrukt.
  4. Controleer de switch. Haal hem met een switchtrekker uit en duw hem recht terug; een scheve switch meet verkeerd.
  5. Werk de firmware bij en neem contact op met de fabrikant als één toets na dit alles blijft afwijken.

Zo houd je elke toets betrouwbaar, ook bij een heel gevoelige instelling.

Welke software-interfaces zijn nuttig voor het kalibreren van Hall Effect schakelaars?

Gebruik de software van het merk van je toetsenbord:

  • Wootility (Wooting) - kalibreert automatisch en stelt per toets het activeringspunt, Rapid Trigger en analoge invoer in.
  • SteelSeries GG (Apex Pro) - activeringspunt per toets, Rapid Trigger en twee functies op één toets.
  • Keychron Launcher (Q- en K-modellen met HE) - in de browser, met een kalibratiefunctie en per-toetsinstellingen.
  • Corsair iCUE en Logitech G HUB - voor de magnetische toetsenborden van die merken.

Zet geen functies aan die een game verbiedt. Counter-Strike 2 kickt bijvoorbeeld spelers die met software of hardware automatisch tussen twee tegengestelde richtingstoetsen wisselen (SOCD of Snap Tap). Een gewoon activeringspunt en Rapid Trigger zijn wel toegestaan.

Heb je gevonden wat je zocht? Er is altijd meer te leren! Neem een kijkje bij onze andere artikelen voor verdere verrijking.